Reis rond de wereld in 180 dagen

Een stille herinnering

De bergen reflecteren prachtig in het helderblauwe ijskoude water, als in een spiegel zien we haarscherp de contouren van het landschap, in plaats van omhoog te kijken, staren we onnatuurlijk naar beneden. Beiden doen we tegelijkertijd onze ogen dicht en horen helemaal niets, een oorverdovende stilte laat zich horen. Dit zijn dus de befaamde spiegelmeren, die we meerdere keren op een Nieuw-Zeelandse postkaart hebben zien staan. De rust is onbeschrijfelijk, in de stad ken je dat gevoel van absolute stilte helemaal niet, altijd hoor je wel iets, een hond, auto, sirene of iemand anders. Een oase van stilte, de laatste paar dagen op het zuidereiland waren fantastisch.

Voordat we de tocht naar het Zuiden maakten, reden we met onze opvallende camper - gifgroen en met een afbeelding van een sexy vrouw - naar de grotten van Waitomo, waar we een reservering hadden gemaakt om de gloeiwormen, die alleen in Nieuw-Zeeland voorkomen, te bewonderen. In Waitomo bleken we de enige te zijn die op dat tijdstip de grotten ingingen. We hesen ons in de ‘wetsuits' en stapten in een legertruck die ons snel naar de plaats van bestemming bracht. Het ijskoude water bezorgde ons rillingen op de rug, maar al gauw werden we afgeleid door de duizenden gloeiwormen die hun lichtjes in het donker gebruikten om hun prooi te lokken. In het donker dreven we door de grot en zagen alleen de chemische reactie van deze diertjes opgloeien. Het was onvergetelijk mooi.

Na Waitomo namen we een lokale vlucht van Auckland naar Christchurch. Met pijn in ons hart namen we afscheid van onze groene kikker en huurden een auto met een schakelbak aan de linkerkant. Even wennen is licht uitgedrukt! Dat we continu de ruitenwissers gebruikten om richting aan te geven was nog tot daar aan toe, maar om met je linkerhand te schakelen, dat was weer een nieuwe uitdaging. Wat doet die auto nou op de verkeerde kant van de weg? Oh nee, wij zijn het! No worries mate, alles kwam goed. Na Christchurch, waar de gevolgen van de aardbeving nog steeds zichtbaar zijn, trokken we naar het schiereiland waar Akaroa op ligt. We hoorden over de Hector dolfijnen en daar wilden we graag mee zwemmen, het bleek mooi te zijn maar het geromantiseerde beeld in ons hoofd bleek niet overeen te komen met de werkelijkheid. Hector dolfijnen zijn van nature schuchter - terecht aangezien ze bedreigd worden door de mens - en ze cirkelden netjes om je heen maar hielden uiteraard wel hun afstand. In het melkwitte zeewater kon je de anderhalve meter lange dieren nauwelijks zien. Iets teleurgesteld trokken we met de auto, nu prachtig op de linkerkant, door naar de westkant van het zuidereiland, Milford Sound was ons doel. Zoals de naam al doet vermoeden, ligt deze plaats in een fjord en is daarom één van de grootste attracties in Nieuw-Zeeland. Aan de Tasmaanse zee gelegen, laten de steile rotsen zich triomfantelijk aan zeelui zien. We hadden geluk, de helft van de dagen regent het in Milford sound, maar hielden het gelukkig droog. Je raakt hier in Nieuw-Zeeland een beetje verwend maar het was absoluut de lange reis waard. Nu we toch aan de westkust waren, konden we de gletsjers natuurlijk niet links laten liggen. Als echte adrenalinezoekers wandelden we met een groep, onder begeleiding van een ervaren gids, de gletsjer Frans Josef binnen, die naar de 19e-eeuwse Oostenrijkse keizer is vernoemd. De verschillende kleuren van het ijs, van helderwit naar ijsblauw, waren een lust voor het oog.

In de eerste eeuw na christus schreef de Romeinse poëet Martialis dat iedereen die van zijn herinneringen geniet, tweemaal leeft. Wij kunnen dat alleen maar beamen. Nieuw-Zeeland heeft op ons een verpletterende indruk gemaakt, een herinnering die ons altijd zal bijblijven.

Hemel en hel

We hebben Zuid-Amerika achter ons gelaten, het was een geweldige tijd. In stijl zijn we op onze zandboard de duinen afgegleden in de prachtige woestijnoase dichtbij Ica (Peru) en zijn daarna met het vliegtuig teruggevlogen naar de hoofdstad van Chili. In Santiago tankten we nog een paar dagen bij, voordat we met het vliegtuig doorvlogen naar Nieuw-Zeeland.

In het land van de kiwi's aangekomen, moesten we toch even wennen, niet alleen aan de taal - 'comme esta?' werd opeens 'how are you doing mate?' - maar ook aan de moderne, westerse uitstraling van het land. Prachtige wegen, mooie auto's en natuurlijk, niet te vergeten, chocopasta en pindakaas. De eerste vier dagen waren weggelegd voor Auckland, waar een derde van de bevolking woont. Eerst moest er nog het nodige voorbereid worden: met wat voor vervoermiddel gaan we reizen en nog belangrijker waar gaan we naartoe? Uiteindelijk werd het een knalgroene campervan en besloten we om ons reisperiode - net als de verdeling van het land - in twee delen te splitsen. Het eerste deel van de reis leidt ons naar het Noordereiland en het tweede deel hebben we voor het Zuidereiland uitgestippeld.

Na de voorbereiding gingen we dan echt van start, met de kikkergroene campervan, van ongeveer 5 meter, trokken we naar het Noorden, naar de provincie Coromandel. Het schiereiland staat bekend om zijn prachtige kliffen en mooie stranden en heeft in onze ogen al zijn beloften waargemaakt. Het was echt wonderlijk om bij 'Hot water beach' een gat te graven in het zand, een dijk eromheen te bouwen - om het koude zeewater weg te houden - en het water op te laten warmen door heet water dat door het zand uit de diepte opborrelt. Heerlijk relaxen na al dat  graaf- en constructiewerk. Al spontaan ontstond er een samenwerking met een Engels en Zwitsers stel en en paar Spanjaarden, de internationale samenwerking betaalde zich uit! Tijdens het avondeten werd de schaduwzijde van het prachtige, paradijselijk aandoende, land besproken, we hadden een gesprek met een gezin dat al maandenlang aan het rondtrekken was en oorspronkelijk uit Christchurch kwam. Zij vertelden over de verwoestende kracht van de natuur en de constante angst voor tsunami's in hun geboortestad. Het land heeft twee gezichten, want die prachige kliffen en mooie stranden zijn tot stand gekomen door vulkanen en aardverschuivingen.

Na Coromandel trokken we door naar Rotorua, waar we een show van de Maori's bijwoonden, de ritten naar de show en uiteindelijk naar huis waren de leukste van de avond, want de chauffeur was echt hartstikke, maar wel prettig, gestoord. Het was een avond om niet meer te vergeten, we hebben gelachen tot we erbij neervielen. De dag erna bezochten we 'Hell's gate', zoals de naam al suggereert was dit één grote bubbelende modderpoel. Toen de bekende toneelschrijver George Bernard Shaw dit aan het begin van de vorige eeuw bezocht, heeft hij de modderpoelen namen gegeven - zoals inferno en sodom en gomorra - die nu nog steeds worden gebruikt. Nieuw-Zeeland is in onze ogen een hemels paradijs maar met een duistere kant. We trekken morgen naar Waitomo, om daarna het Zuidereiland te verkennen.

Haantjesgedrag

We vertrekken vanuit Cuzco voor een vierdaagse trektocht die ons door de Zuid-Peruaanse jungle en de bergen leidt. We trekken door de heilige vallei van de Inca's en mogen als toetje genieten van Machu Picchu. De eerste dag leren we een hoop nieuwe gezichten kennen waaronder een paar Argentijnen en een Nieuw-Zeelander, die ons de komende dagen gezelschap zullen houden.

Op de eerste dag van de trektocht fietsen we met een mountainbike door bergen.We beginnen op 4.300 meter en suizen met een duizelingwekkende snelheid 3.000 meter naar beneden. De plaatjes die we tijdens de afdaling te verwerken krijgen, zullen voor altijd in ons geheugen gegrift zijn. Echt adembenemend mooi! In de avond bereiken we onze hostal, die er wat minder mooi uitziet. De kakkerlakken lopen over de grond en Ellen schrikt zich wezenloos als er een enorme sprinkhaan op haar broek gaat kamperen. De nacht wordt heftig onderbroken als er een haan, compleet van slag, om drie uur in de ochtend begint te kraaien. Aangestoken door zijn collega begint een ander haan, waarschijnlijk uit territoriumdrift, zich even hard kenbaar te maken. Een hond, die in de nabijheid is, kan het niet nalaten om even gezellig in koor mee te blaffen. Daarna laat de eerste haan weer van zich horen. De term 'haantjesgedrag' wordt ons nu echt duidelijk. We doen die eerste nacht geen oog dicht.

De volgende dag gaan we raften en steken met een kleine groep de rivier over. Leuk, zeker weten, maar Ellen weet te vertellen dat de rivieren in Italië wilder zijn. Vergelijken? Ja, dat doen we nogal veel op de reis. Of dat altijd goed is? Dat weten we zo net nog niet! De volgende dagen volgen we een stuk van de Inca trail. De paadjes die door de bergen heen slingeren zijn echt enorm smal. Berny is uit een vliegtuig gesprongen, maar gaat hier echt met knikkende knietjes over de paden, die soms 50 centimer zijn. De afgrond naast deze slingerweggetjes is in de meeste gevallen honderden meters diep. Niet te veel nadenken dus! Aan het einde van de tocht krijgen we Machu Picchu in het vizier. Om de verwachtingen te temperen hebben we al een paar dagen tegen elkaar gezegd dat we hier niet te veel van moeten verwachten. Toch doet de prachtheid van het complex ons verstommen. Het heeft iets mystieks, zeker als je de treden beloopt die de Inca's meer dan 500 jaar geleden ook hebben bewandeld. We nemen de trein naar Ollantaytambo en daarna de bus naar een compleet ander deel van Peru: de kuststrook. Een dor en vlak landschap waar af en toe de zanduinen de kop opsteken. We gaan zandboarden!    

Hoogtestage

Na de condors te hebben bewonderd in de gelijknamige vallei, reizen we door naar het grootste meer van Zuid-Amerika (Titicaca) en overschrijden op de tussenweg bijna de 5.000 meter grens. In Puno aangekomen, een stad die prachtig op het meer uitkijkt, regelen we eerst een hotelkamer dicht bij het treinstation. Het hotel ligt in een arbeiderswijk en we zien de Suzuki busjes af en aan rijden volgepakt met werklui en studenten, die in de avond nog snel even wat gaan eten voordat ze naar huis gaan. Wij doen hetzelfde en lopen het dichtstbijzijnde restaurant binnen, toevallig een Chinees, en bestellen wat te eten. Al gauw blijkt dat Ellen zich niet lekker voelt, zij heeft een knallende koppijn en is erg draaierig. Later op de avond is zij kortademig en krijgt hartkloppingen. De symptomen van hoogteziekte. Gelukkig gaat het de volgende dag weer beter. Na het drinken van coca thee, wat iedereen in het zuiden van Peru drinkt om hoogteziekte tegen te gaan, voelt ze zich een stuk beter. We vragen ons uiteraard niet af wat er allemaal in die cocabladeren zit, maar kunnen er uiteraard wel naar raden. Ze zullen het hier in Peru wel weten, het is namelijk een eeuwenoud recept en is (legaal) in elke winkel te verkrijgen. Vol goede moed gaan we met de boot naar het Uros volk, dat in het midden van het meer op een drijvend eiland van riet leeft. Dit volk is een aantal eeuwen geleden, zo vermeldt de legende, het water op gevlucht, uit angst voor haar vijanden. Geweldig om te zien dat mensen zich op een paar decimeter riet in alles kunnen voorzien. Vissen, vogels, riet (ja, het is te eten) en wat ruilhandel is genoeg om in leven te blijven.

Na het bezoek aan het Uros volk krijgt Berny last van de hoogte en heeft ongeveer dezelfde symptomen als Ellen. De invloed van de hoogte op het lichaam hebben we zeker onderschat. We beginnen ons steeds beter een beeld te vormen van het effect van de luchtdruk op een bepaalde hoogte. Zo is het wonderlijk om te zien dat de inhoud van een tube creme of gel, die we hebben geopend op een hoogte van 2.300 meter er, op een ruime kilometer hoger, vanzelf uitloopt. Dat zijn die kaaskoppen uit dat platte kikkerlandje natuurlijk niet gewend! Vamos, op naar Cuzco.

De Witte stad

Arequipa in Peru staat bekend als de witte stad, omdat de meeste gebouwen zijn opgebouwd uit het witte vulkaangesteente dat ‘sillar' wordt genoemd. Dat is goed te zien aan de koloniale gebouwen in de stad, de zestiende-eeuwse hispaanse kathedraal en het prachtige klooster Santa Catalina bijvoorbeeld, zijn zo wit als sneeuw. In een stad die op een breukvlak ligt van aardplaten en daardoor veelvuldig wordt getroffen door aardbevingen, neemt de kans dat een gebouw instort aanmerkelijk af, als dit vulkaangesteente als fundament wordt gebruikt. Arequipa was ons voor deze reis volkomen onbekend, maar is toch een stad van enige omvang en de op twee na grootste stad van Peru met 900.000 inwoners.

We hebben onze intrek gevonden bij een prachtige - je raadt het al witte - Casa, die genoemd is naar kuifje (Tintin). Zoals de naam al suggereert wemelt het hier van de Fransen. Dachten we van die gasten af te zijn, lopen we ze hier weer tegen het lijf! Jacques: geintje natuurlijk. Na twee dagen van acclimatiseren, de stad ligt namelijk op 2.300 meter hoogte, trekken we naar de colca canyon, een kloof die twee keer zo diep is dan de grand canyon in de Verenigde Staten. De condors vliegen ons om de oren en laten de aanwezige mensen een prachtig staaltje vliegwerk zien. Mooi om die vogels, met soms een spanwijdte van vier meter, gracieus in de lucht te zien vliegen, zich langzaam mee laten drijvend op de thermiek. De jonkies zijn bruin van kleur en de oudere vogels zijn zwart met wit en vertonen enige gelijkenis met  pianotoetsen. Het was een geweldige dag en we ploffen vermoeid in ons bed, om de volgende dag nóg hoger de bergen in te gaan.

Chillen in Chili

We zijn aangekomen in Chili en hebben via internet, zoals we vaker doen, alvast een appartement geboekt in Santiago, Het boeken via internet geeft de zekerheid dat je niet gelijk bij aankomst, als je moe bent van de reis, een slaapplaats moet zoeken. Het appartement is echt geweldig, een goed bed, wasmachine, magnetron en een oven. Wat wil je nog meer?

Bij aankomst gaan we eerst lekker relaxen en bezoeken op een rustig tempo het centrale plein (plaza de armas), de bergen Santa Lucia - met een prachtig uitzicht over de stad - en San Christobal en een museum over de pre-Colombiaanse periode. In het centrum van de stad wordt fel gedemonstreerd tegen de plannen van het kabinet om bezuinigingen door te voeren in het onderwijs. Spandoeken met leuzen als: het neo-liberalisme laat weinig van het onderwijs over, zie je bij de universiteiten maar ook bij de kathedraal. Een parallel met Nederland is snel getrokken.

Het valt ons op dat Chili een modern land is, het wegennet, de metro en de gebouwen zien er, over het algemeen, netjes uit. Toch kent Chili ook een ander gezicht. Bij de kathedraal staan allemaal mensen met een handicap te bedelen om geld. De man die geen benen meer heeft en zich moet voortbewegen op een skateboard, valt het meest op. Voor mensen met een handicap - of dat nu lichamelijk is of geestelijk - wordt, zo op het eerste gezicht, weinig gedaan. In Nederland is het allemaal zo slecht nog niet geregeld. We maken ons op om naar de Witte stad te gaan, vernoemd naar het vulkaangesteente dat Arequipe zijn witte uiterlijk geeft. Peru: here we come!

Over de grens: terra incognita

Onbekend terrein, dat is het gebied waar wij de afgelopen twee weken doorheen zijn getrokken. Vreemde culturen, vreemde gebruiken, soms verfrissend,  soms even wennen. Vanuit de wijnstreek Mendoza trokken we met een luxe bus (cama) naar de grens van Chili, het op één na grootste land van Zuid-Amerika (Argentinië) achter ons latend.  

Bij de grens aangekomen, werden we streng gecontroleerd door de aanwezige douaniers. Alle buspassagiers moesten de handbagage op een lessenaar uitstallen, waarna er een drugshond, al kwispelend en snuffelend, overheen ging. Op zich wel grappig om die viervoeter met veel plezier over de rugzakken en tassen heen te zien rennen, op zoek naar verboden middelen, terwijl iedereen - netjes in lijn opgesteld - voor zijn tafeltje stond. Het lachen zou ons snel vergaan, onze backpacks gingen namelijk door de scanner heen en waren volgens de ambtenaren verdacht. Van wie zijn die rugzakken? De hand van Berny ging twijfelend omhoog, Ellen bleef van schrik stokstijf achter haar lessenaartje staan. Wilt u even naar voren komen meneer? De rugzakken werden minitieus uitgeplozen, waar zijn die medicijnen voor nodig? Dat zijn malariatabletten. Voor Chili? In de winter? Nee, voor Indonesië, over een paar maanden, zo was het antwoord. Ellen stond nog steeds mooi achter haar lessenaartje en veertig buspassagiers stonden mij met veel medelijden - of was het leedvermaak? - aan te kijken. Gelukkig, alles was goed, we konden, na twee uur stil te hebben gestaan bij de controlepost, verder reizen naar Santiago. Over de grens, een ervaring rijker. Terra incognita in kaart gebracht.

Het bourgondië van Latijns-Amerika

Nu we Buenos Aires achter ons hebben gelaten, beginnen we aan een lange nachtelijke busrit, die ons een gebroken nacht bezorgd. In de ochtend worden, na urenlang laagvlaktes te hebben gezien, langzaam de contouren van het Andes gebergte zichtbaar. Ongelofelijk, wat een gezicht! Het grijze rotsachtige terrein gaat geleidelijk over in de hoge, met verse wintersneeuw, bedekte bergtoppen. Er is eens beweerd dat de Alpen in het niets vallen bij de Andes, wij geloven het gelijk. Het is moeilijk om voor te stellen dat deze bergketen zich uitstrekt van het uiterste Noorden (Venezuela) tot aan het uiterste Zuiden (Chili en Argentinië) van het continent, ongeveer 7.000 kilometer alleen maar bergen.

De bestemming is Mendoza, een stad die aan de grens met Chili ligt en bekend staat om zijn wijn, chocolade en lekkere eten. Het bourgondië van Latijns-Amerika, om het zo maar eens te zeggen. Dit ondervinden we aan den lijve, van de ongeveer 1.100 Bodega's die in de provincie te vinden zijn, doen we twee wijnhuizen aan. Eén hele oude en een hypermoderne. Beide hebben hun charme, maar toch - wat conservatief zijn we - gaat onze voorkeur uit naar de oude wijnboerderij. Daar maken ze nog echt wijn volgens een bepaalde traditie, althans dat denken we, want zo veel verstand hebben we er niet van. De chocolade is natuurlijk ook lekker en - om onze gemoedsrust een beetje te sussen - zeker een lekker combinatie met wijn. Erg gezond is het natuurlijk niet, maar dit compenseren we door een steak van vier ons naar binnen te werken. Morgen een balansdag. Manana, tranquilo, het gaat al bij ons passen. We kijken uit naar onze volgende bestemming: Santiago.